Netwerk DAK - Door Aandacht Kracht
 
Regionale bijeenkomst Vlaardingen

 

download het verslag
Verslag van de regionale bijeenkomst op maandag 24 maart 2014 in Aandachtscentrum De Groene Luiken, Vlaardingen

De Groene Luiken

Anneke van der Graaf vertelt over Aandachtscentrum De Groene Luiken. Het is een historisch pand in het centrum van Vlaardingen. Binnen gezellig ingericht, huiselijk en fris, Met een bar/keukenblok in het midden.

Jubileum
Onlangs werd het 20-jarig bestaan gevierd met een high tea voor de gasten en een high tea voor de 60 vrijwilligers. Voor die gelegenheid werd ook een speciale expositie ingericht. De Groene Luiken heeft iedere twee maanden een expositie. Nu is aan de 28 exposanten van de afgelopen jaren gevraagd om een werk uit te lenen, dat te maken heeft met het aanloophuis. Die schilderijen hangen er nu. Van het werk is een boekje gemaakt met de teksten van de kunstenaars. Zo zie je de associaties die zij hebben met een inloophuis. Het boekje is een geschenk bij het jubileum, en alle aanwezigen op deze bijeenkomst ontvingen een exemplaar.
 
Druk
Het aanloophuis is 20 jaar geleden opgericht door de Raad van Kerken. Er komen nu 15000 bezoekers per jaar, Het is de laatste tijd behoorlijk druk; er komen 30-40 mensen op een middag en dat 365 dagen per jaar. Elke middag van 14.00 tot 17.00 uur is men geopend en drie ochtenden in de week. Mensen komen graag en doordat het elke dag open is, staan ze nooit voor een dichte deur.
De laatste jaren is Vlaardingen centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang. Er is een sociaal pension met nachtopvang. De dagopvang is wegbezuinigd. Het is vervelend als die mensen overdag geen plek hebben. Het inloophuis is een soort huiskamer voor ze. De gemeente Vlaardingen subsidieert dan ook 80-90 % van de kosten. Enkele deuren verder is een dagopvang van Pameijer, voor mensen met psychische klachten. Er zijn gasten die van de ene naar de andere plek lopen. In dit centrum is het publiek wat gemêleerder en de sfeer is wat rustiger dan bij Pameijer. Er is niemand die aan hen trekt of een hulpverlenersrol op zich neemt.

Een feest …
Vrijwilligers gaan in gesprek. Ze geven raad. Dat heeft positieve effecten. Het is heel erg gezellig. Er zijn 60 vrijwilligers, sommigen zijn er al 20 jaar, anderen 10 jaar en er zijn ook nieuwe vrijwilligers. Vrijwilligers met de gasten voelen zich een hechte gemeenschap. Daarom willen vrijwilligers die bijv. gezondheidsklachten hebben, toch komen, ook als ze geen vrijwilliger meer kunnen zijn. Gewoon om de anderen te blijven zien.
Vrijwilligers komen langs verschillende wegen binnen. Via de vrijwilligerscentrale, de kerk, kranten, via via. Het is een bonte stoet. Daarom is het zo leuk om hier te werken. Er zijn zoveel contacten, zo veel verschillende mensen, het is gewoon een feest!

Training
Alle vrijwilligers zijn verplicht om aan de training mee te doen. Trainingen beginnen eerst met goed kennismaken met elkaar. Dan is er aandacht voor communicatie en hoe mensen kunnen reageren, en het gaat ook over de eigen levensgeschiedenis. Alle vrijwilligers moeten die training volgen. Het is ook een beoordelingsmoment. Er zijn eigenlijk drie beoordelingsmomenten. Eerst in het kennismakingsgesprek, dan na de training en een evaluatie na een paar maanden.
Het aanloophuis is goed bekend in Vlaardingen. Anneke is al heel lang coördinator. Nu is er een tweede coördinator bijgekomen, Jacqueline die meer mee gaat werken.
Behalve de inloop is er op een zondag per maand een soepmaaltijd. Verder zijn er geen maaltijden. Maar er wordt vaak wel brood gebracht dat over is bij evenementen. Er is een creagroep van 10 dames die mooie dingen maken.
De Groene Luiken wil gaan verbouwen. Daarmee wil men een bescheiden ruimte creëren waar gerookt kan worden.
 

Sociaal isolement

Dit onderwerp is gekozen omdat het probleem van eenzaamheid en isolement steeds groter wordt. Onder andere huisartsen waarschuwen ervoor. De GGD Rotterdam signaleert dat de helft van de ouderen voelt zich eenzaam of leeft in isolement. Er wordt veel bezuinigd in de zorg, woonvoorzieningen sluiten en buurthuizen gaan dicht. Er zijn steeds meer mensen die weinig contacten hebben. Je ziet ook dat het in veel inloophuizen steeds drukker wordt. Er zijn ook hoge verwachtingen van inloophuizen, dat zij veel mensen kunnen opvangen. Daar liggen kansen, zeker in samenwerking met andere partijen. Ook fondsen hopen dat inloophuizen hier een taak oppakken en willen daar graag in investeren. Het Laurensfonds organiseert op 8 april een dag voor en over vrijwilligers en sociaal isolement.
Bart Starreveld is buurtpastor bij Kerk en buurtwerk in Rotterdam Zuid, Lombardijen. En daarnaast is hij kerkelijk werker in de Open Hof kerk in Ommoord. Hij doet veel bezoekwerk bij sociaal geïsoleerden. Hij is uitgenodigd om over de achtergronden te vertellen.

Ervaringen
We praten aan de hand van ervaringen. Waar denk je aan bij sociaal isolement?
Anneke denkt aan mensen die altijd thuis hebben gewoond, ouders zijn overleden, zij kunnen thuis hun draai niet vinden, zijn altijd onderweg. Ze komen in het aanloophuis of drinken koffie bij Albert Hein. Ze kent zo’n persoon, hij wil altijd praten.
Je hebt ook mensen die heel stil zijn. Bijvoorbeeld iemand die heel stil aan tafel gaat zitten. Hij luistert naar de gesprekken. Je merkt aan een glimlach of een knikje dat hij zich ergens in herkent.
Bart zegt dat dat typisch is voor sociaal isolement. Mensen zoeken wel contact- geen contact.
Paul vertelt dat er steeds een lange meneer komt uit Zuid-Afrika. Hij is schizofreen, woont in een klein huisje. De buurjongens komen wel eens een biertje bij hem drinken. Hij komt in het inloophuis. Vrijwilligers worden uitgedaagd om met hem te praten, maar het gesprek duurt nooit lang. Je moet veel vragen aan hem stellen. Hij is eigenlijk tussen de bezoekers geïsoleerd. Hij wil terug naar Zuid-Afrika, maar de mogelijkheden zijn er niet.
Bart vraagt waarom hij terug wil naar Zuid Afrika. Paul zegt, omdat hij zich eenzaam voelt.
Bart: Hij heeft weinig contact en voelt zich eenzaam, hij wil eigenlijk niet zo leven met weinig contacten. Dat is het type sociaal geïsoleerde dat wel graag contact zou willen.

Verschillende situaties
Een voorbeeld uit een ander inloophuis is een mevrouw die en tijdje geleden overvallen is. Ze loopt bij een psycholoog. Ze houdt het thuis niet uit. Ze komt dan in het inloophuis en vertelt honderduit. Ze blijft vertellen. De vrijwilligers stellen daar grenzen aan: een half uurtje mag ze praten en dan is er ook aandacht voor andere gasten.
Rob noemt de mensen die werkeloos zijn geworden, ouder dan vijftig, alleenstaanden. Het is een vorm van gemis, het verlangen naar een baan, inkomen. Er is geen geld meer voor leuke dingen. Als werkeloze is het ook moeilijker om een nieuwe partner te vinden. Hij heeft in De Windwijzer een project voor baanlozen, die komen met elkaar in contact. Sommigen zijn optimistisch, maar er zijn mensen bij waarbij de zin in hun leven weg is.
Bart vraagt: is dat jou interpretatie of zeggen ze dat? Het zijn de woorden van Rob, maar voor sommige personen is de fles altijd half leeg. Sommigen hebben wel vaardigheden, maar beschikken niet over een klankbord om daar iets mee te gaan doen.
Kees: Er zijn verschillende situaties. Sommige mensen hebben alleen maar tegenslag in hun leven. Een man met psychische klachten, een kind in begeleid wonen, de ander kind verslaafd. De vrouw rookt en drinkt nu de hele dag.

Tegenslag
Deze mensen willen vaak ook niet naar een inloophuis. Dan moeten ze voor de dag komen met hun levensverhaal. En dat is vaak geen succesverhaal.
Geïsoleerde mensen hebben vaak heel veel tegenslag gehad. Anneke ziet dat ze vaak ook de slachtofferrol spelen.
Vereenzaamde mensen leren het af om met anderen om te gaan. Het wordt steeds moeilijker en ze worden steeds  minder weerbaar.
Bart zegt dat het kenmerkend is dat als je bij geïsoleerde mensen komt, dan kom je bijna niet meer weg. Ze beginnen juist te praten zodra je laat merken dat het tijd is om op te stappen. Dan gaan ze ineens praten. Of er wordt een heel probleem gemaakt. Dan hebben ze nog zoveel te vertellen dat je niet weg komt. Dat is de lijn naar het pijnpunt.

Achtergronden
De voornaamste tegenslag is dat mensen niet geleerd hebben om zich te verhouden met anderen. Gemiddeld genomen is het ergste dat iemand niemand heeft om dat te leren. Men heeft zich niet leren verhouden tot een ander: vader, moeder, broertje, zusje. Een kind heeft zich niet veilig gevoeld. Het gaat op school raar doen, en zo begint dat.
Zich niet veilig voelen, geen relatie opbouwen, ze kunnen niets met wat ze ontmoeten. Dat weerspiegelt zich in de woning. Het huis van een geïsoleerde lijkt vaak wel of er een bom op gevallen is. Iemand kan niets met zijn omgeving, kan zich niet veilig voelen. Als je dat niet geleerd hebt. Bart gaat regelmatig op bezoek en soms is het niet te beschrijven wat je tegenkomt.
Daar komt een reactie op van de aanwezigen. Zij zien ook mensen die om min of meer onduidelijke redenen in zo’n isolement geraakt zijn, die een normale jeugd hebben gehad. Wat er in jezelf zit is ook een factor.

Contact met geïsoleerde mensen
Er zijn drie stappen.
1.      Het vinden van geïsoleerde mensen.
2.      Kun je proberen die te benaderen? Lukt het om een relatie op te bouwen?
3.      Kun je duurzaam met elkaar optrekken.
Bart werkt in Lombardijen en daar is een inloophuis. Maar los daarvan gaat hij op zoek naar geïsoleerde mensen. Hij legt contact via het Lokaal Zorg Netwerk. Maar ook legt hij contact in de wachtkamer van het ziekenhuis, of op een bankje, of onderweg als mensen boodschappen doen.
De vraag van Rob van De Windwijzer is hoe je dat organiseert? Als je steeds langs gaat, dan raakt je tijd een keer op en wat gebeurt er als je een andere baan vindt? Dan raken ze de enige persoon die er is, ook weer kwijt.

Inloophuizen en duurzaam optrekken met eenzame mensen
Helma geeft aan dat je als inloophuis meestal niet actief op zoek gaat naar mensen. Maar stap 3: het duurzaam optrekken dat gebeurt wel. Stap 1 en 2 worden ook door andere organisaties gedaan, meestal beroepskrachten. Het is belangrijk om contact te hebben met die beroepskrachten. Want als je goed contact hebt met de beroepskrachten die stap 1 en 2 zetten, dan kan het inloophuis stap 3 worden. Als die beroepskrachten het inloophuis kennen, dan kunnen zij daar mensen naar toe leiden. Want er is altijd behoefte aan een plek waar mensen welkom zijn en niets hoeven. In een inloophuis hoef je je niet anders voor te doen dan je bent. Door het contact met beroepskrachten vinden eenzame mensen het inloophuis, ook als ze zelf niet op huisbezoek gaat.
Cor  uit Spijkenisse herkent dat de bezoekers eenzame mensen zijn. Ze hebben thuis niemand. Soms doen de kinderen boodschappen, soms hebben ze geen kinderen. De vrijwilligers van het inloophuis noteren wel de namen van de bezoekers maar verder weten ze niets over de achtergrond. Dezelfde mensen komen vaak en de contacten lopen niet verder. Dat is de keuze die ze gemaakt hebben. Herken je vereenzaamde mensen, wij doen geen huisbezoek. Je komt niet verder dan dat je ze ziet in het inloophuis.

Mensen vinden via andere beroepskrachten
Bij de Groene Luiken komen mensen via de thuiszorg of via de politie. Soms komt de thuiszorg zelfs mee. De Groene Luiken zit niet in overleggen van hulpverleners, maar ze zijn wel bekend en zo worden mensen naar hen toegebracht.
Erik van buurtpastoraat Crooswijk zit wel in het Lokaal Zorg Netwerk. Maar dat is meer omdat hij geld beheert en af en toe geld moet gaan brengen ergens.
Anneke: het Aanloophuis brengt structuur aan in de dag. Mensen vinden herkenning, mensen worden bij naam genoemd, dat is heel belangrijk.
Paul: in de Laurenskerk komt altijd een groepje mannen. Het is een prettige anonimiteit. Als er een afwezig is, dan wordt het wel opgemerkt, maar niemand weet waar zij wonen. Er is geen relatie naar hun huis.
Spijkenisse, heeft niet een eigen pand, maar drie plekken waar een dagdeel per week een inloop is. Bijzonder is dat ze een keer per jaar voor alle bezoekers een dagje uit gaan. Voor een gering bedrag gaan ze de hele dag op stap, van ’s morgens 9 tot ’s avond 6 of 7 uur. De ene keer is het een rondvaart, de andere keer een vlindertuin, dit jaar een draaiorgelmuseum. Het is een speciale bus, zodat mensen in een rolstoel ook mee kunnen. Er is lunch en een diner. De gasten vinden die dag altijd heel bijzonder.
Hoe komen in Spijkenisse de mensen over de vloer? Komt net als in de Groene Luiken de thuiszorg wel eens met iemand? In Spijkenisse is een inloop in een flatgebouw. De huismeester komt er zeer regelmatig en die kent alle mensen in de flat. Zadkine komt eens per jaar om een gezellige middag te organiseren. Dan komen er veel mensen uit de flat. Zo houden ze contact.

Als mensen de stap hebben gezet om te komen …
Bart: we zien hen, ze zitten in een hoekje. Ze hebben eenmaal de stap gezet om te komen. Dat heeft hen vaak enorm veel moeite gekost. Wat is dan de stap die jullie zetten?
Anneke: het contact niet opdringen. Je wilt toch graag een klein moment contact.
Bart: wat moet je dan doen? Hoe stap je op iemand af? Vraag je of hij of zij koffie wil?
Anneke: er even naast zitten en na verloop van tijd sta je op. De volgende keer weer. Je ziet ze na verloop van tijd mens worden.
Kees Clement: (zelf geen gastheer): als ik hier binnen kom, is het altijd geweldig hoe vriendelijk ze zijn.
Bart: je komt dichtbij …, je staat open voor de ontmoeting. Je geeft iets. Het geven is belangrijk. De ander ontvangt iets. Het is een wederkerigheid.
Het zijn altijd de zelfde vrijwilligers, bij de inloop in Spijkenisse. In De Groene Luiken zijn het niet elke dag dezelfde vrijwilligers. Maar de gasten kennen elkaar wel. In Crooswijk is er een grote tafel. Als iemand binnen komt schuift hij aan en is er gesprek. In de Wissel in Schiedam hebben ze juist de grote tafel vervangen door enkele kleinere tafels. Als er een thema ochtend is, dan was het met een tafel moeilijk om het gesprek in goede banen te leiden. Met kleinere tafels zit bij iedere tafel één vrijwilliger.
 

Ontwikkelingen in de inloophuizen

Dan maken we nog een ronde om te horen wat er in de inloophuizen leeft en welke ontwikkelingen er zijn.

Spijkenisse
Cor: Wij hebben geen programma. Het is gestart als missionaire commissie van de gereformeerde kerk. Interkerkelijk lukte toen niet. We zijn er, en bieden verder geen programma aan.
Cor vertelt dat er 3x per week een inloop is, 1 x in een flatgebouw en 2 x in een kerkgebouw. Aanvankelijk heeft hij lang gezocht naar een ruimte, dat was een stevige zoektocht. Er zijn wel geschikte locaties in Spijkenisse, maar dat is niet op te brengen. Ze hebben 5 jaar gespaard en hadden toen € 5.000 om een inloophuis te starten. Toen het draaide is men een kringloopwinkel begonnen. De opbrengst is bestemd voor de inloophuizen. Dat loopt en daar is men nu tevreden mee. De gemeente draagt niet bij. De aanwezigen reageren daar op dat het logisch zou zijn als de woningcorporatie de huur gedeeltelijk zou betalen. Het is in hun belang dat er zo’n inloop met vrijwilligers is.

Buurtpastoraat Crooswijk 
Het bestaat al 30 jaar. Erik Maan werkt er als beroepskracht. Het wordt steeds drukker. Ze zijn begonnen met zomeruitjes. Veel van de bezoekers leven in isolement. Mensen zoeken bevestiging. Iets leuks doen, dat helpt. De diaconie betaalt de uitstapjes. Onder de diaconie van Rotterdam Centrum vallen vier inloophuizen. Erik vond het interessant om te horen over de trainingen die de vrijwilligers van de Groene Luiken volgen. In Crooswijk komen de vrijwilligers ook vaak als gast. De vrijwilligers en doelgroep lopen ineen. Dat is niet altijd makkelijk.

De Wissel
De Wissel in Schiedam organiseert activiteiten in verband met het 25-jarig bestaan. Herman Noordegraaf schrijft een boekje over de ontwikkeling van gastvrijheid tot inloophuis, diaconale presentie. Ze willen een klein stilteplekje maken in het inloophuis, en er is een fotowedstrijd over het thema Wissel. 6 juni is er een receptie. Het jaarverslag van 2013 is bijna klaar.

De Weerklank
Hans vertelt dat De Weerklank in Schiedam Noord al 20 jaar bestaat. Het is gevestigd in een ouderenwoning in een flatwijk, die woning hebben ze van de gemeente gekregen. Ook hier vloeien vrijwilligers en doelgroep in een. Zo houden zij elkaar uit de eenzaamheid.
Hans doet ook kerkelijk werk. Hij hoort hoe bezorgd mensen zijn over de woonvoorziening voor ouderen die dicht gaat. Ze zien dat hun buurvrouw lichamelijk achteruit gaat en dat er voor haar geen plek is om naar toe te gaan. Ze vragen zich af hoe het met hen zelf zal gaan als de gezondheid achteruit gaat en praten dan over de euthanasie pil. Dat is schrijnend. In de kerkelijke gemeente loopt een benoemingsprocedure voor een nieuwe predikant. Mogelijk krijgt het diaconale werk dan een impuls. Helma geeft aan dat ze bereid is om mee te denken en dat daar binnen haar werk ruimte voor is. Juist zo’n plek tussen de flats is heel belangrijk voor ontmoeting.

Lombardijen
Bart vertelt over Lombardijen. Het wordt steeds drukker. Er is een receptie vanwege het 25-jarig bestaan van het inloophuis en het kerk en buurtwerk.

Afsluiting

Om vijf over twaalf bedanken we Anneke hartelijk voor de ontvangst en Bart voor zijn bijdrage en sluiten de bijeenkomst af.
Het buurtpastoraat Crooswijk is bereid om volgend jaar gastplek te zijn.
 
 
 
In de bijlage vindt u een overzicht van verschillende types geïsoleerde mensen. Dit is gemaakt door Anja Machielse, werkzaam bij LESI (landelijk Expertisecentrum Sociale Interventies). Zij heeft in Rotterdam gewerkt aan het opzetten van signaleringsnetwerken voor sociaal isolement bij ouderen.

 

 

terug
 
 
In Beeld
Eenzaamheid
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door