Netwerk DAK - Door Aandacht Kracht
 
Vijfde landelijke netwerkdag: Ido en de gemeente Lelystad-samen present

Verslag van de vijfde landelijke netwerkdag

In groepen van twintig gingen de deelnemers op bezoek bij de voedselbank, de schuldhulpverlening, inloophuis Waterwijk en inloophuis Open Haven. Dat leidde tot veel uitwisseling en ideeën over knelpunten en creatieve oplossingen in het werk.

Het thema van de dag was de samenwerking met de lokale overheid onder de noemer: 'samen present'. Het IDO in Lelystad heeft in de loop der jaren een goede samenwerking met de gemeente opgebouwd. De gemeente ziet en waardeert, wat het werk dat IDO voor de kwetsbare mensen in de stad betekent. Door het gegroeide vertrouwen is IDO een erkende partner geworden, met name op het gebied van de schuldhulpverlening. Om die reden geeft de gemeente subsidie. Door het eigen karakter heeft IDO bestaansrecht naast de reguliere hulpverlening.

Deze samenwerking in Lelystad met de overheid is niet uniek, zo was te beluisteren in het middagprogramma. Gastspreker Titus Schlatmann, buurtpastor in Utrecht, heeft een vergelijkbare relatie opgebouwd waarbij de gemeente Utrecht oog heeft voor zijn duurzame bijdrage aan sociale samenhang in de wijk. Hetzelfde geldt voor de woningbouwcorporatie. Dit levert subsidie op, maar minstens zo belangrijk is dat de belangen, wensen en zorgen van de mensen in beeld worden gebracht. Er komt meer aandacht voor de voorwaarden waaronder kwetsbare mensen mee gaan doen en gaan omzien naar elkaar.

Als tweede spreker in het middagprogramma kwam Meta Jacobs, wethouder van Zorg, Welzijn en Maatschappelijke ondersteuning in Lelystad, aan het woord. Zij heeft belangstelling voor mensen en hoort graag het verhaal achter haar stadsgenoten. Zij informeerde over de nieuwe zienswijze op welzijn, waarbij meer dan ooit wordt gekeken naar wat iemand zelf kan doen om zijn of haar situatie te verbeteren. In haar inleiding noemde zij de zorgplicht van de gemeente voor mensen die buiten de boot vallen. De gemeente moet zorgen dat daar voorzieningen voor zijn. Daarom kunnen inloophuizen die opvang voor deze groepen realiseren een beroep doen op de lokale overheid in hun eigen stad. Tijdens de beantwoording van vragen, benadrukte ze dat deze organisaties hun gemeente kunnen aanspreken op hun zorgplicht. "Aarzel niet, ook als kerkelijke organisatie om de gemeente aan te spreken op hun zorgplicht".

Gedurende deze dag werd de samenwerking tussen gemeente en inloophuizen, buurtpastoraat en straat- en drugspastoraat als heel vanzelfsprekend benoemd en tegelijkertijd de eigenheid benadrukt van de organisaties die horen bij Netwerk DAK. Zij worden gevoed door de christelijke overtuiging dat alle mensen kinderen van God zijn en dat je steeds op zoek moet gaan naar mensen die zich niet zo maar laten zien. Dat leidt tot een eigen aanpak en een eigen sfeer. De vragen die opkwamen, betroffen vooral de balans tussen eigenheid en samenwerking. Over hoe je kunt samenwerken en tegelijkertijd signaleren waar beleid te kort schiet. Hoe behoud en verwoord je je verbondenheid met je eigen kerkelijke achterban?

Het beeld dat uit de voorbespreking en de presentaties van de verschillende sprekers van deze dag naar voren kwam, is dat een goede relatie opbouwen tussen (missionair) diaconale stichting en gemeentelijke overheid, tijd kost. Het is een geduldige investering, door gedurende jaren te laten blijken dat je trouw aanwezig bent voor mensen die het moeilijk hebben in deze maatschappij. Door te doen waar je voor staat en je aan afspraken te houden, toon je aan een betrouwbare partner te zijn. Voor je bezoekers en ook voor de overheid. Aan een wederkerige, gelijkwaardige relatie met de burgerlijke overheid is vaak een jarenlange periode van geduldig voeden vooraf gegaan. Voeden met verhalen, voorbeelden, ervaringen, signalen. Dit laatste kan ook spannend zijn, de overheid kan ook ervaren worden als een 'tegenover', die niet lijkt te begrijpen hoezeer beleid of strakke toepassing van regels ondermijnend kan zijn aan de zorg voor de meest kwetsbaren. Om elkaar in dit samenspel te vinden is soms zoeken, aftasten, confronteren, afwachten, uithouden. In feite is alles wat ons eigen is uit de presentiebenadering één op één van toepassing op het opbouwen van een constructieve samenwerkingsrelatie met de overheid.
Dat betekent dat in beginsel bij alle DAK-plekken kwaliteiten voorhanden zijn, om binnen de lokale setting aan een vruchtbare samenwerkingsrelatie te bouwen. De voorbeelden tijdens deze netwerkdag waren bedoeld als een hart onder de riem, vooral voor degenen die zich nog vooraan op dit pad bevinden.
Bestuurders en werkers van DAK-plekken kunnen elkaar hierin bemoedigen en ondersteunen en waar nodig met raad en daad terzijde staan. Vandaag bood Lelystad haar ervaringen aan.

Aan de netwerkdag namen 65 mensen deel afkomstig van 40 verschillende organisaties. Zij werden op zeer gastvrije wijze ontvangen en de hele dag op voortreffelijke wijze van eten en drinken voorzien door ruim twintig vrijwilligers van IDO. Die gaven in de loop van de dag veel informatie over hun organisatie, over de omgeving van het inloophuis en de problematiek in Lelystad. Zij deden dat met plezier, en het was voor hen een bijzondere ervaring om aan de mensen van andere plekken te vertellen over het werk waar zij trots op zijn.

In deze uitgave presenteren we de inleidingen die tijdens de netwerkdag zijn gehouden. De eerste is de inleiding van Jan van Opstal als directeur van IDO-Lelystad. De tweede zijn de zeven punten uit de presentatie van Titus Schlatmann. De derde is de inleiding door wethouder Meta Jacobs. De foto's van de dag werden gemaakt door Jan Flipse, één van de vrijwilligers van IDO.

Het verslag met de inleidingen kunt u hier downloaden.
 
      

terug
 
 
In Beeld
Eenzaamheid
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door