Netwerk DAK - Door Aandacht Kracht
 
Verslag regionale bijeenkomsten over levensvragen

 
Verslag regionale bijeenkomsten 'Levensvragen in het inloophuis', gehouden in Rotterdam/Breda/Amersfoort/Oosterbeek.

Helma Hurkens heet allen van harte welkom op de regionale bijeenkomst, het is altijd weer goed om bij elkaar te komen, stil te staan bij het werk in het inloophuis en te horen hoe anderen het doen. Het onderwerp is ‘levensvragen’ en de inhoudelijke inleiding wordt verzorgd Tilly de Kruyf, trainer bij expertisecentrum levensvragen. Zij is geestelijk verzorgster en verzorgt presentaties en scholing voor professionals, vrijwilliger, mantelzorgers, Wmo-ambtenaren en ouderen.

De aanwezigen hebben verschillende achtergronden: bestuursleden, vrijwilligers, betaalde en onbetaalde coördinatoren. De reacties in dit verslag komen dan ook vanuit verschillende invalshoeken

Programma
Levensvragen, wat zijn dat?
Herkennen, erkennen en verkennen
Hoe om te gaan met levensvragen… mogelijkheden en grenzen
Levensvragen in inloophuizen
 
Tilly stelt zich zelf voor en start met de vraag: wat brengt je hier?
·       we hebben een gespreksgroep levensvragen, mogelijkheid tot reflectie daarover.
·       we willen een luisterend oor bieden voor levensvragen en zijn op zoek naar hulpmiddelen voor gesprek met de bezoekers.
·       ik kom die vragen ook tegen bij vrijwilligers.
·       leuk om levensvragen en de ervaringen van anderen ermee te horen.
·       in Ermelo bestaan allerlei soorten van tehuizen. Die mix komt terug in het inloophuis. Dat is vaak heel pittig voor de vrijwilligers. Hij hoopt hier tips te krijgen of meer informatie die gedeeld kan worden met de vrijwilligers.
·       Tips ook in de zin van: wat kun je niet. Welke situaties begeleid je niet zelf, verwijs je door en naar wie dan. Te erkennen dat het bestaat en te weten dat je het niet oplost. Wat doe je als mensen niet doorverwezen willen worden.
-          Soms wordt aan jou een vraag gesteld waar je eigenlijk meteen een antwoord op wilt geven. Dan besef je vaak achteraf: heb ik dat wel goed gedaan? Wil degene die een vraag heeft een oplossing of is het iets anders?
-          Wat onderscheidt je van buurthuizen? Hoe geef je daar woorden aan? Wij geven aandacht aan levensvragen. In buurthuizen speelt het ook en hoe kun je elkaar in waarde laten en toch mensen ondersteunen zonder te concurreren?
-          Hoe herken je levensvragen? Een coördinator vroeg aan gastheren en gastvrouwen met welke levensvragen zij te maken krijgen tijdens de inloop. Ze vinden het moeilijk om daar antwoord op te geven.
·       in gesprek met de gast, er kan een diepere gesprekken ontstaan en daar wil ik meer deskundigheid op doen.
·       ingewikkelde kwestie, sommige vrijwilligers zijn bang voor thema’s. Als mensen overlijden, zij zijn er bang voor.

·       Hoe pas je dat in in het inloophuis?
-          ik vind het ingewikkeld om het over levensvragen te hebben. Ik weet niet of de bezoekers het willen en hoe ik het aan moet pakken.
·       heb je de mogelijkheid om tijdens de inlooplunch in te gaan op levensvragen?

Tilly: levensvragen zijn breed en op alle plekken poppen ze op. Er zijn minder kerkelijke verbanden maar dat wil nog niet zeggen dat levensvragen verdwenen zijn, integendeel. In inloophuizen komen allerlei mensen met diverse achtergronden, van alle leeftijden, vaak met een klein sociaal netwerk. Je moet wel een duizendpoot zijn om overal goed op in te kunnen gaan. Het gaat om bepaalde waarden in de samenleving. Dominant is: eigen regie, autonomie en vitaal zijn. In werkelijkheid zien we mensen die tegelijk krachtig en kwetsbaar zijn, afhankelijk en verlangend naar zingeving. Jullie in de inloophuizen en bij buurtpastoraat en straatpastoraat creëren een sfeer waar mensen op adem kunnen komen.

Petje af, compliment voor het werk dat jullie doen. Met de presentiebenadering heb je meer kans dat levensvragen ter sprake komen. Door het te faciliteren kun je het thuisgevoel versterken. Dat is het bestaansrecht van inloophuizen.
 
Welke levensvragen bij bezoekers zie of hoor je in de dagelijkse praktijk? Waar gaat het voor vrijwilligers pijn doen?
•            Eenzaamheid, alleen achtergebleven als partner is overleden.
•            Mensen met een psychiatrische handicap: het gaat weer mis, dat er geen rust komt, dat het telkens terug komt.
•            Drugsgebruiker die afgekickt is: ben ik wel gelukkig zonder die drugs. De motivatie vasthouden om niet-gebruiken vol te houden.
•            Lichamelijke achteruitgang, beperkt voelen, buiten de maatschappij komen te staan.
•            Waarom-vraag: waarom word ik met de nek aangekeken, waarom vind ik geen baan, waarom vind ik geen partner
•            Door een psychische klacht komt ook de vraag naar voren: wie ben ik? En de geloofsvraag: hoe is mijn verhouding met God?
•            Vaak mensen met een rugzakje: hoe kom ik hieruit, hoe nu verder? De éne rugzak is veel zwaarder dan de andere, iedereen heeft wel levensvragen maar de één kan er beter mee omgaan dan de ander
•            Mensen die graag iets voor een ander willen doen, van betekenis zijn. Kan twee kanten op gaan: door mij aangeboden hulp wordt afgewezen, maar ook: ik vraag om hulp maar niemand reageert
•            Armoede: een klein netwerk. Het kan zijn dat er jou iets is overkomen dat je blokkeert. Incestverleden of psychiatrisch probleem of wat ook.

Leg de aandacht op wat je wel goed kunt, focus op inzet in je inloophuis.
•            Ik probeer het onderling gesprek tot stand te brengen. Daar vinden de bezoekers elkaar.
•            Bij mensen zonder papieren: ben ik wel iemand, ik ben toch niet illegaal, dat is bij de bad-bed-brood opvang. Mag ik hier zijn, heb ik een toekomst, het gaat om mensen die in een gat zitten.
·       Dit hoor je bij statushouders: hoe krijg ik mijn plek?
·       Vluchtelingen die worstelen met de vraag ‘wat heb ik achter gelaten? Hoe kan ik weer zinvol leven?’
·       Aan lager wal geraakt, bij scheiding, met geld niet om kunnen gaan
·       Hoe vind ik mijn plaats in deze maatschappij?
·       Je dreigt verloren te gaan.
·       Bezoekers vertellen wat er gebeurd is, daar zit een impliciete vraag is.
·       Mensen willen ergens bij horen. Hier worden ze herkend, in een situatie van uitsluiting.
·       Wie vindt mij als ik onverwacht dood ga?
Wel vragen maar geen antwoorden
 
Tilly vraagt: hoe is het om vragen te krijgen waarop het antwoord niet gemakkelijk is?
 
·       Ik heb compassie en vind het soms moeilijk.
•         Sommige dingen zijn onoplosbaar, onmachtgevoel


Tilly: je hoort ze wel – je staat met lege handen. Dat doet jou pijn. Goed dat mensen elkaar helpen.
•         Veel mensen met psychiatrische problemen. Ik hoor ze wel luisteren, je kunt desnoods verwijzen, maar je kunt het niet oplossen.
•         Mensen willen genoegdoening, erkenning. Dat blijft erg lastig om te buigen naar iets positiefs.  Het lijkt wel of ze daar aan vast houden.
•         Levensvragen en pijn: Eén van de medewerkers had een dierbare verloren. De gasten vingen hem op. Daarna ontstond er een mooi gesprek.
 
Tilly: Kwetsbare gasten willen soms niet in de groep zitten, maar apart en dan zijn er vrijwilligers die vinden dat ze erbij komen in de kring of in de groep. Ze accepteren dat gedrag niet. Waar komt dat vandaan, hoe geef je feed back op de vrijwilliger?
             
•         Sommige vrijwilligers willen ook vertellen en gehoord worden, niet alleen maar luisteren
•         Wat is de reden dat iemand zich aanmeldde als vrijwilliger? Was dat soms ook eenzaamheid, hulp willen aanbieden etc. Belangrijk om dan terug te gaan naar de motivatie van die vrijwilliger. Wat zit erachter?
•         De groepsdynamiek is wel vaker ingewikkeld voor vrijwilligers.
•         Ga in gesprek met vrijwilligers hierover. Hoe je met vrijwilligers omgaat. Dat is een ander thema dan levensvragen.
 
Levensvragen roepen van alles op. Het punt is: wat zegt dit over iemands eigen beleving? Wat zegt dat over onze drang om het op te lossen?
Hoe houd je het uit? Presentiehouding volhouden, niet doelgericht zijn. Dat staat in spanning met de hoofdstroom van de samenleving die juist heel doelgericht is.


Tilly vat samen en voegt toe: Dit zijn de primaire levensvragen waar iedereen mee worstelt vooral bij crisis of overgangen, bij verlies:
•         Identiteit, wie ben ik?
•         Welke partner past bij mij?
•         Waar kom ik mijn bed voor uit?
•         Wat is voor mij echt van waarde?
Ergens in je leven  ontstaan de levensvragen, meestal in een situatie van breuk of verlies: verlies van huis, baan, verlies van veilige woonomgeving, dierbaren, gezondheid, als je hoort dat je nog maar beperkte tijd te leven hebt.
 
Naast de primaire levensvragen zijn er de zware levensvragen:
•         Waarom overkomt mij dit?  
•         Hoe moet ik hiermee leven?
•         Hoe kan mij dit gebeuren?
•         Heb ik wel een vrije wil?
•         Dit had ik nooit verwacht……
•         Hoe moet ik nu verder?
•         Waar kan ik nog op vertrouwen?
•         Hoe kan ik leven met (toenemende) afhankelijkheid?
•         Wat kleurt mijn dag (nog)…heeft het allemaal nog zin?
•         Voor wie beteken ik (nog) iets?
•         Welke steun vind ik nog in mijn geloof?
 
Ook de praktische vragen, zoals
•         financiën,
•         huisvesting en de
•         relatie met de kinderen,
daar zitten levensvragen onder:
bij financiën: wat geeft nog glans aan mijn leven.
Bij huisvesting: waar is mijn thuis, waar voel ik me verborgen?
In de relatie met kinderen: wat kan ik ze vragen, wat beteken ik voor ze, of … waarom heb ik nooit contact met ze gehad?
Het ligt dicht aan tegen de vraag naar rechtvaardigheid.
 
Reactie: bij onze bezoekers zijn er velen die geen contact meer hebben met hun kinderen. De vraag ‘wat beteken ik voor mijn kinderen’ stellen ze niet meer. Komt later misschien terug als levensvraag. Of ze hebben kinderen die heel gecompliceerd zijn in gedrag. Die onmacht is er toch. De meesten komen voor een praatje en een kop koffie. Wat doe je als ze met die vragen zitten? Er zijn vrijwilligers die het aangaan en er zijn vrijwilligers die het ontwijken. Het hangt van de vrijwilligers af. Als inloophuis vinden we het prima dat vrijwilligers wat dat betreft verschillend zijn. We hebben ze allemaal nodig.
Tilly: Het is belangrijk dat mensen zich gehoord voelen. Veel vrijwilligers zullen hier feeling voor hebben, maar niet allemaal Door er aandacht aan te geven in trainingen of overleggen, kunnen vrijwilligers daar wel vertrouwder mee raken en er feeling voor ontwikkelen.
Besteden jullie daar aandacht aan in de training of bijeenkomsten van vrijwilligers?


Reacties/vragen
Bij onze vrijwilligers is een groep die graag op levensvragen in wil gaan om over het geloof te praten. Kunnen kerken dat toerusten?
Tilly: bij het buurthuis in Aalsmeer vroegen ze zich dat ook af. De een heeft meer feeling voor levensvragen, de ander meer met koffie schenken. Maar die feeling kun je wel aanleren. Dat kan, maar kost wat meer inspanning dan alleen het geven van tips. Minstens is het belangrijk dat je op de juiste momenten kunt doorverwijzen.
 
Een andere coördinator reageert dat vrijwilligers helaas vaak geen zin hebben in scholing.
Reactie: wij doen jaarlijks een bezoek aan een collega-instelling en daar zit een vorm van reflectie in.
Het is training verpakt in een dagje uit.
Onderschat overigens het aanbieden van een kop koffie niet, er zit heel veel in dat gebaar. Let op, want bezoekers zitten ook niet altijd te wachten op een goed gesprek.

-Eén van de aanwezige vrijwilligers merkt op: Ik vind het gesprek wel moeilijk. Wat wordt verwacht van de vrijwilligers? Wat doet de professional?
-Pauluskerk: Er zijn ook heel veel levensvragen bij de vrijwilligers. Bij ons zijn bovendien bezoekers die vrijwilliger worden.
 
Tilly gaat verder met haar inleiding:
Omgaan met levensvragen: is het nodig? Ja, als je kijkt naar de opvattingen over positieve gezondheid.  Bij positieve gezondheid hebben ze geconstateerd dat er vier pijlers zijn:


1. Ergens bij horen 
2. Een doel hebben 
3. Verhalen vertellen 
4. Transcendentie ervaren.
Dan kan het gaan om horizontale of verticale transcendentie: de overtuiging om deel uit te maken van een zinvol verband of het geloven in God.

Deze vier pijlers zijn als vier tafelpoten. Als er een niet goed zit, dan raakt het geheel uit balans. Vanuit de levensvragen die je hoort, kun je verkennen hoe het met die pijlers zit.
 
Als iemand echt worstelt met levensvragen en er niet meer uit komt, dan merk je dat aan de volgende signalen:
-Spreekt ze zelf uit
-Uit de omgeving
-Somberheid….
-Gretig naar contacten
 
Wat helpt jou om je verhaal te vertellen?
Omgaan met levensvragen: Hoe doe je dat?
We doen een oefening: wat helpt jou om je verhaal te vertellen? In tweetallen praten we aan de hand van enkele vragen om beurten. Daarna wisselen we uit: wat helpt om je verhaal te vertellen en wat helpt niet? Door het zelf te ervaren, word je meer bewust van wat werkt en wat belemmert.


Wat helpt:
aandacht
 
•         geïnteresseerde houding
•         als de luisteraar herhaalt
•         doorvragen, aandacht voor het verkennen
•         goede vragen stellen en vragen om verduidelijking.
•         concentratie
•         erkenning
•         je merkt dat hij luistert en probeert de onderliggende diepte te begrijpen, hij checkt dat ook.
•         geen agenda en empathie
•         veiligheid, dat voel je, onbevooroordeeld
•         positieve bekrachtiging, verbaal en non-verbaal
•         rust
•         mimiek, open aandacht
•         het niet invullen

vertrouwd-niet vertrouwd
 
•         verhaal vertellen aan iemand die je niet kent versus verhaal vertellen aan iemand die je al langer kent en vertrouwt-er is al wel een vertrouwensband.
•         de setting: normaal voer ik zo’n gesprek niet, maar met deze vragen opeens wel.
•         ik kom haar nooit meer tegen, ik ben mijn verhaal even kwijt en het komt niet meer terug. Dat maakt dat ik vrijuit spreek.
•         ze heeft goed geluisterd, begrip getoond, je komt elkaar eenmalig tegen, dan durf ik ook meer te vertellen.
 
Setting
 
•         de setting, je weet dat het 5 minuten is en dat je dan wisselt.
•         we gebruiken in de  inloop wel eens de vragen die op theezakjes staan afgedrukt. We vragen mensen dan om er op te reageren.
•         Bij ons in het taal café had een van de taalleerders gezegd dat we mooie vragen moesten stellen in plaats van altijd over dagelijkse dingen te praten. Dat gaf veel meer diepgang aan de gesprekken in het taal café en dat wordt gewaardeerd.
 
Tilly:
-doorvragen op betekenis, welke betekenis heeft dat voor je. Dat kan ook naar aanleiding van heel concrete dingen: Bijvoorbeeld ‘wat eet je’, daar kan een hele betekenis achter liggen waarom iemand juist die maaltijd uitgekozen heeft, bijvoorbeeld ik wil meedoen in de samenleving of ik wil eten dat past bij mijn afkomst.
 
•            Of je voelt dat de ander snapt wat het betekent wat je zegt: lichaamshouding, oogcontact, instemmen, knikken, hummen. Dat moet wel écht zijn.
•            Het maakt wel uit wie er tegenover je zit. Besef van veiligheid door de klik die je hebt met iemand, of die je juist niet kent. Ook: herkenning kan de klik geven.
•            Ruimte, aandacht. Dat iemand zegt: vertel maar. Actief uitgenodigd worden, maar ook echt werkelijk luisteren en reageren. Ik ben er nu voor jou.
•            Doorvragen. Om meer duidelijkheid te krijgen, een beeld van wat iets voor de ander betekent.
•            De tijd krijgen om na te denken over hoe je iets gaat vertellen.
 
Wat hindert je, wat weerhoudt je om over je levensvragen verder te praten:
•         desinteresse,
•         de ander laat zich afleiden
•         het verhaal overnemen en de ander begint haar eigen ervaringen te vertellen
•         te snelle conclusies
•         adviezen

Wat helpt om te luisteren?
•         interessant verhaal, ik heb hetzelfde meegemaakt
•         de setting
•         je weet dat het 5 minuten duurt
 
 Wat doe je als je merkt dat je niet meer kunt luisteren
 
Praktische verstoringen
Als er praktische dingen zijn, bijvoorbeeld er komt een nieuwe bezoeker binnen die je te woord moet staan als gastvrouw/heer, of als je nodig naar het toilet moet:
Leg het uit, leg uit dat je graag wilt luisteren , maar dat er even iets anders is en vraag om later verder te praten. De ander merkt het als je niet rustig zit.
 
Altijd hetzelfde verhaal
Als je niet meer kunt luisteren omdat iemand al heel veel keren hetzelfde heeft verteld, of altijd alle aandacht naar zich toetrekt of de groep overheerst:
Geeft elke keer de ruimte om 10 minuten daarover te praten en zeg dan ‘oké en nu iets anders’. Het geeft ruimte om te vertellen en tegelijk beschermt het. Je geeft jezelf respect en de ander respect. Want je doet recht aan de behoeft om te praten. Maar sommige mensen zuigen je helemaal leeg en dan heb je de neiging om ze te vermijden en dat is ook niet respectvol. Je kunt afronden door te zeggen ‘fijn om met elkaar gepraat te hebben en nu ga ik (…) doen.’

Ik stop er mee
Soms komt er een moment in een gesprek dat je voelt: ik stop er mee. Je stopt met luisteren, omdat het te zwaar wordt, het een sterke emotie bij jezelf oproept. Het is belangrijk om dat voor jezelf te beseffen. Je voelt het meestal eerder aan je lijf dan dat je het bedenkt. Het is belangrijk om dat te onderkennen om niet over je eigen grenzen heen te gaan. Benoem het op zo’n moment. Zeg dan bijvoorbeeld ‘dit doet me heel erg denken aan mijn moeder die pas overleden is en het moet even bezinken’ … het schept ruimte en de ander begrijpt waarom je even niet helemaal naar zijn verhaal luistert …

Geblokkeerd als luisteraar
Terwijl we luisteren hebben we gedachten en meningen. De clou is: je bent present met je eigen gedachten en meningen. Als luisteraar kun je geblokkeerd raken. Ik zeg wel eens tegen een gast “ik schrik hier heel erg van. Ik vind dat moeilijk.” Ieder luistert immers met de eigen ervaring op de achtergrond. Als je blokkeert moet je een grens stellen om te voorkomen dat je blokkeert.

Het is heel belangrijk dat je je eigen grenzen eerlijk herkent. Als je al luisterend voelt dat je blokkeert, dan kun je het benoemen. Als je laat zien wat er bij je gebeurt, dat maakt het gesprek geloofwaardiger. Kijk wat je nodig hebt om even af te blazen, voor de een is dat de trap oprennen, de ander moet van zich af praten. Zorg goed voor jezelf. Reflecteer op wat er gebeurt, dat geeft je de mogelijkheid om te groeien. Dat kun je samen met de andere vrijwilligers doen.
 
Niet mee naar huis nemen
Het verhaal raakt me, ik moet in mezelf blijven, ik moete het niet mee naar huis nemen.
In Tilburg hebben de gastvrouwen en heren na de inloop een half uurtje waarbij ze even stoom afblazen en bijpraten. Dan komen de vragen naar boven over wat ze gehoord hebben.  Het doet iets met hen. Daar na te praten kun je even stoom afblazen en je reflecteert om wat er gebeurt tijdens zo’n inloop. Wat voegt het toe voor jou om als vrijwilliger na te praten? Veel. De dag is niet af zonder dat, anders neem ik alles mee naar huis.
 
Rust en ruimte
Lukt het om rustig te zijn. Vrijwilligers voelen wel een spanning, omdat er meerdere bezoekers zijn. Toch kiezen ze voor rust in het moment, nu moet ik er even zijn voor jou, of ze gaan apart zitten.
De ruimte, de indeling van de ruimte, intimiteit, buiten de groep. Dat is ook in het inloophuis een probleem: als je in gesprek bent en er komt een nieuw iemand binnen… Suggestie: als je ziet dat mensen met elkaar in gesprek zijn. Laat dan de ander voor de koffie zorgen. Organiseer dat.
 
In of buiten de groep
Zijn er ruimtes waar je je even kunt terugtrekken voor een persoonlijk gesprek. Hoe verlaat je, als gastvrouw, de kring om met iemand persoonlijk door te praten. Hoe krijg je dat voor elkaar? Wat helpt daar? Weglopen kan ook juist de aandacht op de situatie vestigen. Je kunt het als gastvrouw natuurlijk altijd vragen. Maar vanuit het oogpunt van de vrijwilliger: wat houdt je tegen of wat houdt je juist niet tegen om het te doen? Ook: bescherming van jezelf.
 
Verwerken van overlijden
Je merkt dat het overlijden van één van de gasten een diepe indruk maakt en dat de andere gasten dan ook naar hun eigen leven kijken. De manier waarop op een overlijden wordt gereageerd is heel belangrijk voor hen. Het inloophuis geeft betekenis aan die persoon en de andere gasten verwerken dat in de manier waarop zij hun eigen leven en eindigheid betekenis geven. Daar wordt dan ook over gepraat.

Nooit advies?
Als luisteraar is het meestal niet verstandig om advies te geven. Je kunt wel zeggen: ”Ik heb een ideetje, mag ik het aan je voorleggen”. Als dat niet mag is het ook duidelijk. Maar je zit te luisteren en ondertussen gaan er allerlei gedachten constant door je hoofd. De verhalen van een ander interpreteer je altijd. Pas als je jezelf verbiedt om te interpreteren wordt het echt gevaarlijk. Zet je gedachte om in de vraag of je het mag delen. Hoe vrij kun je zijn met wat er is. Als je een goed idee hebt, ga dan eerst na: wat gebeurt er bij mij. Denk na of je het op dit moment voorlegt.
 
Wat speelt er … of staat er op het spel?
Iedereen die een levensvraag stelt zit in een proces. Er zijn geen pasklare antwoorden, er kan sprake zijn van een groeiproces.
Ambivalentie: is mijn leven voltooid? Het verlangen naar levenseinde en ondertussen bezig zijn om fit te blijven kan gelijktijdig aanwezig zijn. Mysterie kan er omheen zitten. Het is net als bij een vlinder die uit zijn cocon komt: het is een traag proces dat tijd nodig heeft. Als je gaat forceren, dan gaat het kapot. Het gaat niet om antwoorden., Het gaat om ambivalente vragen, het is een heen ne weer zoeken, aftasten, er moet een nieuwe betekenis gevonden worden. En dat kan wat zwalkend zijn, zoals bij iemand die zegt dat zijn leven voltooid en de volgende dag naar de sprotschool gaat om in conditie te blijven.  Er zijn geen vaststaande antwoorden .Het gaat ook  Primair is het contact, de openheid de gelijkwaardigheid. Presentie is bekend, en helpt om aan te sluiten waar iemand op dat moment staat.
Andries Baart: ‘“Aandacht biedt de kiem van een relatie,  en daaruit zal een mens opstaan’.
Bij levensvragen kan geloof en levensbeschouwing steun geven, en ook natuur, grote voorbeelden, rituelen zoals het aansteken van kaarsen, muziek.
De bezoeker is op zoek naar zijn richting. Er zijn vele wegen die steun kunnen bieden. Jij kunt helpen om de richting te vinden. Wat past bij deze persoon. Wat altijd terug komt is ‘erkenning’: dat kan goed in een gebaar gebeuren. Verkennen en doorvragen komen daarna. Tilly: Alleen met tips kom je er niet. Oefenen, je houding is belangrijk. Niet: geef de map aan je vrijwilligers en dan leren ze het wel.
 
Waarden: wat zet je in beweging? Rechtvaardigheid, waarom-vraag e.d. Omgang ermee, respect, vertrouwen, veiligheid en liefde staan erbij op het spel.
In de relatie is GELIJKWAARDIGHEID heel belangrijk. Dat is nodig ook om nabijheid te kunnen ervaren en delen. Respect voor je gasten. Zeker mensen die kwetsbaar zijn, zijn heel gevoelig voor neerbuigendheid, ik ben de professional, kom maar ik geef je wel een bakje koffie… dergelijke opmerkingen. Het is belangeloos. Je bent present, geeft aandacht, geen aanwijzingen. Dan blijven mensen langzaamaan weg en komen niet meer terug. “Ik bepaal het zelf wel” zit diep binnenin ons.
Openheid: in gesprekken hebben mensen vaak het idee dat er iets opgelost moet worden of geadviseerd.
 
 
De praktijk


Hoe vorm en inhoud geven aan levensvragen in het inloophuis? Wat is nodig? Inbedding in visie en beleid.
 
•         Gasten spreken ook met elkaar af, nadat ze elkaar hebben leren kennen bij de inloop. Er groeien  nieuwe sociale verbanden, gemeenschapsvorming. Betrokkenheid naar elkaar toe en naar elkaar omzien.
•         Jan van Wijkpastoraat vult dit aan: mijn eetgroep herdenkt bij Allerzielen. We zijn meer een gemeenschap dan losse bezoekers. In de maatschappij wordt het steeds individueler.
•         Het gaat om het erkennen, gezien worden, gemeenschap opbouwen, durven om door te praten. Het hele persoonlijke, hen meenemen naar een eetgroep.
In een eetgroep ga je niet hele diepe verhalen vertellen. In de eetgroep steunen ze elkaar. De vorm zit dus ook in hoe je contact krijgt. Het is verder zoeken wat heeft de ander echt nodig.
•         De onderlinge steun, het kunnen delen dat is belangrijk. Jan is benieuwd wat andere inloophuizen doen aan community building? Er onder zit het verlangen om ergens bij te horen. Het inloophuis is laagdrempeliger, of ‘veiliger’ dan in een kerk, er zijn minder verplichtingen.
•         Kan iedereen vrijwilliger zijn? Sommige inloophuizen willen alleen vrijwilligers uit de christelijke kerken. Andere inloophuizen nemen alle vrijwilligers aan. Als mensen bezoekwerk doen dan stellen ze meer eisen. Sommige inloophuizen vragen van vrijwilligers dat ze de doelstelling onderschrijven, dat is wat breder. Kennelijk zijn er verschillen in wat voor de organisatie essentieel is.
•         De bezoekers komen voor de rust. Ze hebben een onrustig leven en vinden bij ons een plek waar ze even tot rust kunnen komen.
•         Dordrecht: de continuïteit is belangrijk. Langzaam groeit een relatie.
•         Vlaardingen: bij ons komt het gesprek over levensvragen wel aan bod in de training. Maar misschien is het goed om er meer mee te doen. Ik besef tegelijkertijd dat je niet kunt rekenen op snelle resultaten.
 
Als je op zoek gaat naar nieuwe vrijwilligers, houd er dan rekening mee: vrijwilligers steken in op een traject. Verwachtingsmanagement: wat verwacht je van de vrijwilligers? Ze komen levensvragen wel tegen, maar herkennen het niet altijd zo.
 
Met de presentie benadering heb je meer kans dat levensvragen ter sprake komen. Door het te faciliteren kun je het thuisgevoel versterken. Dat is het bestaansrecht van inloophuizen.
 
 
 
Tilly eindigt met het voorlezen van een gedicht
 
Tekst: Huub Oosterhuis Muziek: Bernard Huijbers
 
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert zal mij vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
Ogen die tasten in den blinde
Harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
 
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden
En zal zichzelf opnieuw verstaan
En leven bloot en onomwonden,
Aan niets en niemand meer te prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
 
Helma dankt Tilly en de gastheren en gastvrouwen die overal waar we geweest zijn heel goed voor ons gezorgd hebben. Dank aan de aanwezigen voor hun inbreng in het programma. Er is per organisatie een mapje met achtergrond literatuur.
 
Gegevens Tilly de Kruyf: trainingswinkel:
www.relief.nl/trainingswinkel-netwerklevensvragen/trainersteam#Tilly
 
Verslag Helma Hurkens, Netwerk DAK, www.netwerkdak.nl


 
 

terug
 
 
In Beeld
Eenzaamheid
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door